Wandelclub is meer dan broodje beleg

 


Laten we beginnen met te schrijven dat onze club in het begin der jaren tachtig er even aan gedacht heeft om er mee te stoppen. Het was onze voorzitter Raymond Lampers die bij deze ontbindingsvergadering het roer heeft overgenomen. We zijn toen met enkele moedigen aan een moeilijke opdracht begonnen. Het was de tijd dat we de bodem van de clubkas in het sigarenkistje duidelijk konden zien. De weinige helpers brachten hun eigen broodjes mee naar onze tochten. De belangrijkste tochten waren destijds: de Driekoningentocht op de Banneux, de Soeptocht op Sint-Jansheide (trouwens onze vereniging was de eerste die soep op een tocht aanbood) en de Officiële Tocht op de Kiewit. Vergaderen werd om beurt bij iemand thuis gedaan. 0 ja, we hadden zelfs jaarlijks een clubfeest wat bestond uit een worstenbroodje en dat had plaats bij de Fraters in de Oude Heidestraat. Alles is ondertussen afgebroken aldaar.

Door het succes destijds van de wandelsport kregen we de wind in de zeilen. Het wandelgebeuren scheerde hoge toppen. Onze club kende enkele hoogdagen met meer dan 2000 wandelaars op haar tochten, zoals bijvoorbeeld in Malpertuus. Denken we maar aan onze Winter in Bokrijk met 2500 vertrekkers. We konden in Godsheide dankbaar gebruik makenvan het succes van de Schoverik van Diepenbeek, in die periode de grootste club van Limburg

 

Onze tochten vanuit Malpertuus konden steeds rekenen op 100 deelnemers van de Schoverik. Een bewijs dat een club niet op z'n eentje bestaat, maar deel uitmaakt van de wandelfederatie. We waren zelfs de eerste wandelclub die de kaap van 3000 wandelaars op een Provinciale Wandeldag vanuit Kermeta wist te ronden. Het algemeen succes van de wandelsport maakte ook dat verschillende nieuwe wandelclubs werden opgericht. Horizon Donk is hiervan een mooi voorbeeld. Weet dat we toen ook wandelingen organiseerden vanuit de parochiezaal van Schulen. We waren met onze Schulensmeertocht de eerste aan die grote plas. Omdat Horizon een grote en degelijke club werd, besloten we dit wandelgebied over te laten aan deze plaatselijke club. 

Ook in Hasselt kwamen er nieuwe clubs bij. "Terug op Stap" bijvoorbeeld, ook "Jong en Oud Stokrooi " kwam erbij. Deze club die ondertussen verdwenen is, was er gekomen onder invloed van het succes dat we kenden toen we als club onze horizon verlegden van de Borggraaf naar Stokrooie. Tegenwoordig is Stokrooie niet meer weg te denken uit de wandelkalender. Zelfs voor de Rakkers en Terug Op Stap is deze locatie niet onbekend. Waarschijnlijk is ook de uitbouw van Herckenrode hier niet vreemd aan. Op een gegeven ogenblik waren we met zes wandelclubs in Hasselt. Dan tellen we de wandelclub Het Spoor, met z'n officiële tocht in Bolderberg, er nog niet bij. Dit alles was niet altijd zonder de nodige spanningen. Waren we met teveel wandelclubs in Hasselt? De meeste wandelingen werden gehouden richting Bokrijk. Niet minder dan drie clubs kwamen mekaar aan en rond de Borggraaf tegen. De KWB van de Banneux was één van deze clubs. Ondertussen is deze wandelclub ook al een tijdje geschiedenis.

 

Wij als club zochten naar een uitweg en zo gingen we onze tenten opslaan in Stokrooie. Dit haalde ik daar net al even aan. Er waren tijden dat de officiële tocht van de Rakkers in Alden Biesen doorging. De belangrijkste tocht van de Trotters vertrok in de Witte zaal van Viversel. Er waren gesprekken tussen de clubs om het grondgebied Hasselt in stukken te verdelen. Andermaal was het dankzij Raymond Lampers, die destijds ook lid was van het Provinciaal WandelComité, die er voor zorgde dat volgende regel in het huishoudelijk regelement werd ingeschreven. Een club welke een inrichting had in een gemeente waar geen club was, dáár deze (zelfde) tocht mocht blijven inrichten, zelfs als er later een club zou ontstaan. Wij als club hadden ondertussen voor een deel van onze organisaties een vaste stek gevonden in Lummen. Het waren de vier kastelen die Lummen rijk is die onze aandacht trokken. Het zou later blijken dat onze keuze een zegen voor onze club zou zijn, maar niet alleen voor onze club! We vonden in Lummen een mooi wandelgebied en door de kennis van Paul Degroote en Marcel Cosemans werden er prachtige omlopen uitgetekend. 

Ondertussen had het wandellandschap een grondige gedaanteverwisseling ondergaan, alles moest groter, de zalen, de parking, de rust. Ook hetgeen op de wandelingen werd aangeboden nam een vlucht. De broodjes, taarten, pannenkoeken drukten hun stempel op onze organisaties. Helpende handen kwamen we steeds tekort. Hoe meer helpers hoe meer ideeën. Wandelaars willen opgevangen worden op de parking en tot in de zaal verwezen. Betere zalen en grotere aankopen zorgden ook voor grotere risico's.

De wandelfederatie, waar we allen deel vanuit maakten, kreeg onder invloed van het succes wellicht nog iets meer de wind van voren.

Er waren er die hun heil zochten in het oprichten van een nieuwe wandelfederatie. Een zeer ongelukkige keuze. Dit heeft onze vereniging zeker geen goed gedaan. Maar in een bestuur wordt steeds de democratische meerderheid gevolgd. Gelukkig waren er veel wandelaars die geen onderscheid maakten tussen de twee Limburgse federaties. Natuurlijk waren er altijd die hun zondagse wandelkeuze daar wel op afstemden. De deelnemersaantallen op de wandelingen zijn ondertussen ook wat afgenomen. Niet enkel door een vorm van verdeeldheid, maar ook door het succes van het fietsen, met het befaamde fietsroutenetwerk. Gelukkig heeft de tijd deze ongelukkige gedachte achterhaald en kennen we tegenwoordig terug één federatie. Samen sterk en samen de kar trekken voor een fijne wandelsport. Ook is er een wandelclub gekomen in Lummen. Weliswaar ligt het ontstaan van deze club niet in Lummen maar in Schoonbeek, Beverst. De zaken zijn echter wat zij geworden zijn. Nu zijn we allemaal clubs van éénzelfde federatie en hebben er allemaal baat bij dat het goed

 

Nu zijn we allemaal clubs van éénzelfde federatie en hebben er allemaal baat bij dat het goed gaat met de wandelsport. Als club zijn wij een onderdeel van de wandelfederatie en moeten we ons schikken naar de regels die voor elke club van toepassing zijn. Zo ook hebben we als club recht op drie zondagen en zaterdagen om wandelingen in te richten. Deze zon- en zaterdagen hebben we als club verdiend door bij andere wandelclubs te gaan wandelen. Het is dan ook belangrijk om dit te blijven doen wil onze score niet dalen, waardoor we één van deze dagen zouden kunnen verliezen. Het is wel zo dat we geen vrije keuze hebben over deze dagen. Het zijn opgelegde dagen, we hebben deze zelf niet te kiezen. Alle zondagen zijn waarschijnlijk niet even interessant om in te richten, maar zoals de kalender nu is samengesteld is dit historisch gegroeid.

 

We weten allemaal dat er op zondagen meer wandelaars hun wandelschoenen aanbinden. Wat maakt dat deze zondagen voor clubs erg belangrijk zijn. Wat voor ons ook belangrijk is, is dat we deze drie zondagen degelijk invullen en dit met een wandeltocht die de deelnemers kan bekoren. Dit laatste is echter niet zo eenvoudig. Eerst zijn er de eisen van de wandelaars die zeer ver gaan. De vertrekzaal moet ruim zijn in alle opzichten. De parking moet voldoende groot zijn en liefst vlak bij de inschrijvingstafel. Verder is een goed uitgebouwde rustpost al even belangrijk. Verder moeten de consumptieprijzen ook aanvaardbaar blijven. Wanneer men nu de som maakt van alle verzuchtingen is het organiseren van een wandeltocht niet zo eenvoudig. Niet enkel voor de wandelclub wordt alles duurder maar ook voor de mensen die zalen verhuren of beheren. We slagen er als club in om met twee zondagen aan al het voorgaande te voldoen. Echter voor onze derde zondag is en blijft het zoeken. Dit jaar hebben we met de Vallei van de Mangelbeek een mooi wandelgebied gevonden. Maar of onze vertrek- en rustzalen een eventueel succes kunnen verwerken is een vraag. Wat vandaag in de wandelkalender staat is het resultaat van een zoektocht van meer dan één jaar. Trouwens een wandelkalender invullen is jaren vooruit zoeken en uitwerken. Tal van mogelijkheden voor vertrek en rust werden bezocht. Verschillende huurovereenkomsten werden naast elkaar gelegd. Het moet steeds betaalbaar en haalbaar zijn. Voor onze derde zondag waren we graag dicht bij huis gebleven in de Hazelaar, maar een rust vinden die aan de eisen voldoet blijft moeilijk. Wandelen vanuit de Hazelaar en niet richting Bokrijk gaan is ook niet aangewezen. Nu kwam er een verzoek vanuit onverwachte hoek Hetgeen voor ons ook een oplossing zou kunnen betekenen. De club van Lummen wil graag haar “wandeling" in Kermt-Hasselt officieel maken. Laten we het spel fair spelen. Indachtig zijn dat hoe meer mensen wandelen en er wandeltochten worden aangeboden, er iedereen wel zal bij varen. Natuurlijk is het zo dat voor wat, hoort wat! 

Misschien opent het mogelijkheden voor onze verenging. Samen denken aan een positieve wandelsport moet onze slogan zijn. Laten we overleggen met andere clubs van de federatie en zorgen dat er voldoende speling is tussen twee wandeltochten in éénzelfde omgeving. 

Hugo

Terug                                                                                     Terug