De  Eekhoorn

 

  

Acrobaat   

In de naald- en loofbossen springt, klimt, zweeft en huppelt een grote pluimstaaart. Aan het begin van die pluimstaart zit een diertje vast. Een diertje met spitse oortjes, grote ronde ogen, kleine voorpootjes met beweeglijke vingertjes, grote achterpoten met lange tenen. Handen en voeten zijn voorzien van scherpe klauwtjes. Het spitse snuitje heeft vlijmscherpe beitelvormige tandjes: het is de eekhoorn!

Eekhoorns kunnen geweldige sprongen maken, zowel op de grond als in de bomen.
Daar doet de grote pluimstaart dienst als roer en evnwichtsorgaan. 

Eekhoorns zijn ook bijzonder vlug en zenuwachtig. Ze moeten voortdurend op hun hoede zijn voor roofvogels en boommarters.

Aan tafel

Het voedsel van de eekhoorn bestaat uit eikels, beukennoten, hazelnoten, zaden van naaldbomen, schors, knoppen, paddestoelen, insecten, eieren en zelfs jonge vogels. 

In de herfst leggen ze een wintervoorraad aan. Zij verstoppen her en der zaden en vruchten in het bos, met de bedoeling ze later, als voedsel schaars is ( in de winter), terug op te graven.Toch vinden ze niet alle verborgen buit terug. Zo zorgen ze, onbewust, voor nieuwe aanplant van bomen in het bos.

Kraamnest

De paartijd begint al in december. De jongen worden in het voorjaar geboren in een speciaal kraamnest. Dit nest werd door het wijfje van takken gevlochten en binnenin gevoerd met een dikke laag gras. In het begin zijn de jongen naakt en blind, na drie weken zijn ze volledig behaard. Na vier weken kunnen ze zien. Na twee maanden verlaten de jongen het nest. Dit is voor hen de gevaarlijkste periode om ten prooi te vallen aan roofdieren.

Terug

        Roger