Gezondheid   - Hoe werkt een geneesmiddel?


Wat doet een geneesmiddel?

Het menselijk lichaam produceert een groot aantal stoffen die de belangrijke lichaamsfuncties regelen, voedsel verwerken, reacties op gang brengen, microben bestrijden en informatie overbrengen. 

Stimuleren:

Een vaccin beschermt tegen bepaalde ziekten. Het virus wordt in het lichaam ingespoten maar afgezwakt en/of in zeer beperkte hoeveelheid. Zo wordt het lichaam gestimuleerd om antilichamen aan te maken die soms levenslang een bescherming bieden tegen die ziekte.

Aanvullen:

Bepaalde geneesmiddelen leveren het organisme stoffen die het zelf in onvoldoende mate heeft om goed te functioneren. Een voorbeeld hiervan is het toedienen van insuline aan diabetespatiŽnten

Afremmen of blokkeren:

Antibiotica vormen hiervan een voorbeeld. Wanneer een bacterie ons lichaam aanvalt, vecht het natuurlijke afweersysteem tegen die infectie. Wanneer het er echter niet in slaagt om die bacterie te vernietigen, worden we ziek. En dan komen antibiotica goed van pas. Een antibioticum is een stof die ofwel de vermenigvuldiging van bacteriŽn tegengaat, ofwel de bacteriŽn doodt.

Toedieningswijze van opname

Orale toediening:

Het geneesmiddel lost op in de maag of de darm en wordt getransporteerd en opgenomen in de bloedbaan. Bijvoorbeeld: tabletten, capsules, poeder, siroop.

Rectale toediening:

Zeer praktisch wanneer het geneesmiddel de maag irriteert of bij kleine kinderen, die moeite hebben met het inslikken van pillen. Door de vele bloedvaten van het rectale slijmvlies worden de stoffen zeer goed opgenomen en kunnen snel beginnen werken. Bijvoorbeeld: zetpillen, lavement.

Toediening via de huid:

De opname via de huid gebeurt door de cellen. Naast het plaatselijke effect kunnen deze stoffen ook een meer algemeen positieve werking hebben. Bijvoorbeeld: zalven, crŤmes, lotions.

Toediening door injectie:

Deze toediening kan intramusculair (binnen de spier), intraveneus (in de ader), intra-articulair (binnen het gewricht) of intra-arterieel (in de slagader) en werkt onmiddellijk.

Verdere werking

Meestal wordt de actieve stof in vrije vorm of verbonden aan een dragend eiwit naar de plaats gevoerd waar zij moet inwerken. Binnen het organisme ondergaan de actieve stoffen een aantal chemische omzettingen. Dit gebeurt in het spijsverteringskanaal, in het bloed of in de lever.

De eliminatie of verwijdering gebeurt in hoofdzaak via de urine of via de gal.

Bron 'Research en leven'

     Terug