Geschiedenis van de Hasseltse jenever 

 

Hasselt ontsnapte aan het in 1601 door de aartshertogen Albrecht en Isabella uitgevaardigd verbod op verkoop en productie van jenever omdat het tot 1795 bij het Prinsbisdom Luik behoorde. Hollandse troepen die van 1675 tot 1681 in de stad legerden zorgden ervoor dat Hasseltse jenever, meer dan andere Belgische jenevers, aroma's van kruiden en bessen meekreeg. Eind 17de eeuw kwam de productie van jenever goed op dreef.

Op het einde van de 19de eeuw leidde goedkope jenever, bereid uit suikerbietmelasse, tot een consumptie van 9,5 l jenever (50% vol) per inwoner per jaar in België. Als gevolg hiervan verhoogde de overheid de accijns.

Concurrentie van goedkope industriële alcohol, de inbeslagname van koperen distilleerketels door de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog en de wet Vandervelde die het alcoholmisbruik tegenging waren de oorzaak van het ineenstorten van het jeneververbruik. 

In Hasselt is het Nationaal Jenevermuseum ondergebracht in een gebouw dat oorspronkelijk aan de Franciscanessen (Witte Nonnen) toebehoorde. Naast het jenevermuseum telde Hasselt tot voorkort nog slechts één jeneverstokerij: Stokerij Wissels uit 1920. Koen De Jans kocht het failliete bedrijf in 2005, uit respect voor de traditie bleef de naam ongewijzigd.

De Hasseltse Jeneverfeesten, dit jaar op 18 en 19 oktober, zijn één van de grootste stadsfeesten van België. Twee dagen lang borrelt de hele stad van activiteiten, muziek en straatanimatie, culinaire hoogstandjes, optochten, intronisaties, een kelnerwedloop, markten, tentoonstellingen, jeneverspuitende beeldfonteintjes en andere gekke toestanden. En dat allemaal als ode aan de Hasseltse jenever

Terug                                                                                     Terug