Juni - juli - augustus 


Eiken en beuken staan volop in blad. Het onderbos hult zich in schaduw. Het frisse lentegroen is haast onopvallend veranderd in het zomers diepgroen. In deze periode draait het bos op volle toeren. Bij vlinders ontstaan zelfs dag- en nachtploegen. Overal zoemt het van legers insecten. 

Die overvloed gebruiken dan weer vogels om een 2de nest jongen groot te brengen. Met hun fijn snaveltje zijn vliegenvangers, goudhaantjes en mezen de milieuviendelijkste insecteneters. Zelfs zaadeters, zoals de vink en de groenling voederen hun jongen krachtvoer als rupsen en kevertjes.

Juli - Augustus is ook de periode van de reebronst. De jonge reegeitjes van het vorige jaar worden nu voor het eerst zwanger. Reetjes zijn echte nachtridders, die pas bij valavond te voorschijn komen.

Regelmatig leidt het  wandelparcours langs   berkenbossen. Afgebroken takken en stammen zijn dan ook dikwijls een garantie voor het aantreffen van de berkenzwam. Deze is de belangrijkste doodsoorzaak voor de berk. Hij veroorzaakt het zgn. bruinrot, waardoor takken en stammen een bruinachtige brokkelige structuur gaan vertonen, die onder hun gewicht of bij de minste bries gaan afknakken.

 Enkele generaties geleden, toen vlees alleen op feestdagen werd gegeten, waren er mensen die wel eens een berkenzwam als biefstukje in de pan gooiden.

 

Bij voorkeur kozen ze voor een jong exemplaar, tenminste als ze er hun gebit niet op wilden breken. Nog steeds belandt de berkenzwam af en toe op de barbeque, maar dan niet meer als vlees. Op een smeulend vuur is hij een prima 'anti-muggenmiddel'

De zomer is ook een prachtig moment om rupsen te kweken en uitkomende vlinders te observeren. Vang de rupsen op hun voederplant. Neem een stukje fijn net en naai de kanten aan elkaar zodat je een koker krijgt. Schuif die over de plant en bindt de uiteinden dicht met de rupsen er in. Zo hebben ze altijd voedsel. Eerst eten ze van het bladoppervlak en van de jonge blaadjes. Naarmate ze ouder worden verorberen ze steeds grotere en oudere bladeren. 

Als de rups na enkele dagen genoeg gegeten heeft, varandert ze in een pop. 

Zodra de pop opensplijt komt de volwassen vlinder uitgekropen.

Het eerste wat hij doet is zijn vleugels openslaan. Hij houdt ze gespreid tot ze opgedroogd zijn. Dan pas kan hij vliegen.

Terug

          Hugo Beckx