Kruiden van wegberm en weide 

 

De WEEGBREE is goed bestand tegen betreden en wordt daarom een tredplant genoemd.
De bladeren staan in een krans tegen de grond.
Kanaries zijn dol op de zaadjes en de blaadjes worden gebruikt als wondgenezend middel.

De bloemen van de BRANDNETEL hangen in trosjes.
Op de stengel en op de bladeren staan brand - haartjes. Deze werken als injectiennaalden, die een druppeltje stof in onze huid spuwen dat pijnlijk doet jeuken.

De bladeren van de PAARDEBLOEM staan in een rozet tegen de grond. De bloem bestaat uit gele bloempjes die dicht tegen elkaar staan. De rijpe vruchtjes zorgen voor de gekende pluisbol. De bloemstengel bevat een wit sap dat bitter smaakt.

Op open plekken of houtranden kunnen we het WILGENROOSJE vinden. 
De bloemen zijn helder lilavormig van kleur en de bloemstengels kunnen meer dan 1 m hoog worden.

De bloempjes van de DOVENETEL hebben een witte, paarse of gele kleur.
De dovenetel bevat geen brandhaartjes. Zij wordt bezocht door insecten op zoek naar nectar, die door de bloempjes wordt afgescheiden.

De gele BOTERBLOEM is enigszins giftig en wordt daarom niet door het grazend vee gegeten.
Zij heeft een ronde stengel met sterk handvormige ingesneden bladeren.

Terug

        Roger