Bosuitbreiding en toegankelijkheid van bossen...                                              

 

Woordje van de Voorzitter

De winter is nu wel degelijk voorbij. De vrieskou heeft wat langer geduurd dan andere jaren, maar de lente komt er eindelijk aan. De natuur krijgt terug een fris gezicht. Het wandelen door veld en bos wordt aangenamer.

Limburg is gelukkig nog goed bedeeld met zijn bossen, doch in vlaanderen is het povertjes gesteld. De totale bosoppervlakte in het Vlaamse landsgedeelte bedraagt amper 146 000 ha of net geen 11% van het totaal Vlaamssprekende landsgedeelte. Vlaanderen( samen met Limburg) is dan ook één van de bosarmste landsgedeelten van Europa. Tussen1950 en 1970 ging in Vlaanderen ruim 
3 000 ha bos tegen de vlakte terwijl er in dezelfde periode in Wallonië 17 000 ha nieuwe bossen geplant werden. In 1990 werd het bosdecreet goedgekeurd en zijn de bossen in Vlaanderen wettelijk beschermd. Ondanks de strenge wetgeving verdwenen er tussen 1990 en 2000 toch nog meer dan 6 000 ha (dit zijn 12 000 voetbalvelden). Vlaanderen wil het tij doen keren en wil dan ook echt werk maken van de bosuitbreiding. Vlaanderen wil tegen 2007 10 000 ha bosen aanplanten. In eerste instantie zullen de nieuwe bossen gerealiseerd worden in het verlengde van bestaande bossen of dicht bij stedelijke gebieden, de zgn stadsbossen. Deze bossen zijn in de eerste plaats recreatiebossen met veel aandacht voor fietsers en wandelaars.

De wet op de toegankelijkheid van de bossen werd de laatste jaren soepel toegepast. Wij hebben het ooit anders ondervonden. De oorzaak lag waarschijnlijk in het Boswetboek van 1854 waar de mens niet toegelaten werd in het bos. Alle toenmalige overheden (federaal , provincies en gemeenten) beschouwden hun bossen als privé-eigendom. Maar onder druk van de publieke opinie kwam er vanaf 1970 ( ca 120 jaar later) een kentering. Vooral in de jaren '80 klonk de roep om duurzame ontspanning steeds luider. Geleidelijk aan werden de bossen opengesteld voor de mens.

De toegankelijkheid van de bossen is vanzelfsprekend gebonden aan een aantal regels waar wij als wandelclub regelmatig op gewezen worden. De belangrijkste regel houdt in dat de wandelaar op de bospaden blijft en fauna en flora respecteert. Voor sommige plaatselijke instanties is een bospad een brandbaan van zeven of meer meter breed. De rest is dus per defintie niet toegankkelijk voor de georganiseerde wandelaar. Dit is echter een foutieve interpretatie van het begrip 'bospad'. In het bosdecreet staat letterlijk onder hoofdstuk I, algemene bepalingen, bij het begrip 'bosweg': "Paden waarop slechts één voetganger tegelijkertijd kan passeren worden niet als boswegen beschouwd". Dus de georganiseerde wandelaar heeft niet alleen toegang tot de brandbanen of boswegen, maar wel degelijk ook tot de bospaden.

Nochtans hebben deze mensen geen enkele reden om de georganiseerde wandelaar te weren op de zgn. bospaden, want deze wandelaar laat geen vuil achter. Mocht u, als Dragonder, op een wandeltocht merken dat er door iemand toch verpakkingen worden weggegooid, maak deze persoon er vriendelijk op attent dat dit niet kan. Bedenk dat een aluminium blikje 50 jaar nodig heeft om te vergaan. Een plastieken fles heeft 5 tot 10 jaar nodig om te verdwijnen. Een bolletje kauwgom vergaat pas na 20 of 25 jaar, terwijl een kleine sigarettenpeuk pas na 2 jaar wordt opgelost.

Beste Dragonder, houd u steeds aan de regels en geef de plaatselijke boswachter geen enkel argument om u de toegang tot het bos te weigeren om het aldus te kunnen vrijwaren. Vrijwaren voor wie, voor wat, voor hoe lang? Waarschijnlijk vrijwaren tot het mensdom is uitgestorven en de dieren terug kunnnen spreken...

Polleke, maart 2004

T

Terug