De trekvogels zijn weer daar

 

Zomergast

 
boerenzwaluw

Wintergast


sijsje

Standvogel


winterkoninkje

Doortrekker


kramsvogel

 

De tijd van de grote vogeltrek naar onze contreien is weer volop aan de gang en voor sommige vogels reeds voorbij. Elk jaar trekken vele vogelsoorten weg omdat ze bij ons in de winter geen voedsel meer vinden. Veel vogels die in de zomer leven van insecten, kikkers, wormen, ... zochten in de herfst warmere oorden op en zijn nu terug van hun verre reis. Sommige trekvogels, zoals de reigers, kunnen hier wel eens overwinteren en veranderen van menu: ze eten dan bijvoorbeeld mollen en muizen.

 

Opgelet: onze roodborstjes die wij in de winter zien zijn niet dezelfde als onze zomerse gasten. Zij trekken meestal en grotendeels naar het warme zuiden, terwijl hun plaats hier wordt ingenomen door de roodborstjes uit het noorden, zodat wij toch het hele jaar door kunnen genieten van deze prachtige vogeltjes. Ook bij de wilde eend is dit het geval

 

Het best gekende voorbeeld van terugkerende trekvogels zijn de zwaluwen en de koekoek. Oude volkswijsheid zegt dat de zwaluwen moeten terug zijn op goede vrijdag en de koekoek moet zijn roep laten horen ten laatste op 13 april. Dit laatste mochten we dit jaar wel echt vergeten want april was nog een te kille maand waarbij de natuur een viertal weken achterliep op het normale schema.

 

De zwaluw is wel een recordvlieger: hij komt van helemaal uit het zuiden van Afrika terug en overbrugt alzo een afstand van ongeveer 12 000 km. Jawel: u leest het goed! En dit zonder vliegmachine!

 

 

De trekdrang bij de vogels ontstaat door het korter of langer worden van de daglengte. Ook het vinden van voedsel speelt een rol. Hieronder vind je een aantal voorbeelden van wintergasten, zomergasten, standvogels en doortrekkers. Doortrekkers zijn vogels die slechts een korte periode neerstrijken om voedsel te vergaren en dan verder trekken.

ZOMERGASTEN

boerenzwaluw
huiszwaluw
koekoek
nachtegaal
fitis
karekiet

WINTERGASTEN

sijsje
ganzen
eenden
keep
bonte kraai

STANDVOGELS

mussen
mezen
vink
winterkoninkje
merel
roodborstje

Doortrekkers

koperwiek
kramsvogel

 

Wist je?

Dat sommige trekvogels heel alleen die lange tochten afleggen? De koekoek is hier een voorbeeld van. De reden hiervan is onbekend.

 

Dat andere soorten, zoals de zwaluwen, in een grote zwerm vliegen. Voor het vertrek zijn ze wekenlang aan het samenscholen.

 

 Dat ganzen en eenden, net als kraanvogels in een formatie vliegen, als een grote V

 

Dat de meeste vogels op een hoogte van 100 tot 1500 meter trekken.

Dat de gemiddelde vliegsnelheid 40 tot 60 km/u. bedraagt. Per dag leggen ze 150 tot 300 km af. Natuurlijk zijn er buitenbeentjes die veel hoger, sneller en langer vliegen.

En nu maar uitkijken waar ze bij ons neerstrijken voor de zomer ... als die maar komt!

 

Terug

            Roger