De uilen   ... ze zijn er nog steeds.

 

  

Een paar jaar geleden schreef ik dat er in onze tuin minstens één uil verbleef. Welnu,voorbije maand juni deden we een fijne ontdekking: onze uilenboom wordt bewoond door drie uilen. De derde is heel wat kleiner en wij mogen veronderstellen dat dit een jonge uil is van het koppel ransuilen in de prunusboom. Ransuilen zijn gemakkelijk te herkennen aan hun zachtbruin gevlekt gevederte en de opstaande oorpluimen. Zij zitten op een vijftal meter van ons livingraam en wij voelen ons constant door hen bekeken. De ogen van een uil staan niet zoals bij andere vogels aan de zijkant maar wel vooraan. Doch onze aanwezigheid, nog het parkeren van voertuigen onder hun boom, noch het gebrom van onze grasmaaier is er oorzaak van dat zij zouden opvliegen. Zelf krijgen zij veel bekijks van nieuwsgierige bezoekers. Het is zeker niet evident hen op te merken. Zij zitten zo goed verscholen, dat wij zelf 's morgens aandachtig moeten toekijken waar zij zitten.

Hoe kan je op zoek gaan naar uilen ?

Als je uilen wilt spotten moet je zeker niet op zoek gaan in de lucht of met je verrekijker. Je zult ze overdag niet zomaar ontmoeten. Uilen zijn nachtroofvogels en slapen overdag ergens op een beschuttende plaats. Om uilen te spotten moet je met je neus tegen de grond lopen. Dan kan je toevallig braakballen ontdekken onder een of meerdere bomen. Hoogstwaarschijnlijk heb je dan geluk! Aan jou om dan een goede speurneus te zijn.

De troep die zij veroorzaken onder de boom is een andere kwestie. Niet alleen de uitwerpselen maar de braakballen zorgen stilaan voor een onsmakelijke aanblik. Alhoewel, zij zijn een bron van kennis over hun voeding. Uilen zijn carnivoren. De braakballen zien er allemaal grauw en grijs uit, met veel beentjes en haartjes, waarschijnlijk afkomstig van het aanwezige muizenbestand in de omgeving.

In de meimaand krioelde het van verminkte meikevers onder de boom: gevangen en meegenomen maar niet verorberd. Waarschijnlijk toch niet zo smakelijk. Naast muizen, kevers, slakken en kleine kikkers lust hij ook wel wormen, mollen, spinnen en soms wel een vogeltje. Per nacht kan hij tot een viertal prooien verorberen. Spitsmuizen staan niet op zijn menu

De ransuil: Een blijver

Hoewel wij deze winter van uitzonderlijke koude konden spreken, zijn de ransuilen bij ons blijven overwinteren: men noemt dat 'roesten'. Een nest bouwen zal hij niet doen. Waarschijnlijk heeft hij in de omgeving een broedplaats gevonden in een oud ekster- of kraaiennest. Maar opgepast: kom nooit te dicht bij een uilennest! Dan kan hij best gevaarlijk uit de hoek komen en zijn klauwen op onze ogen richten.

Terug

        Roger